Roeselare

Een stukje geschiedenis

Roeselare

Roeselare is een plaats en stad in de provincie West-Vlaanderen. De stad telt meer dan 55.000 inwoners.

Roeselare ligt in het hart van West-Vlaanderen. De Belforttoren en het beroemde Klein Seminarie zijn bekende punten, waar onder meer priester Hugo Verriest, de dichters Guido Gezelle en Albrecht Rodenbach en vele anderen een stuk Vlaamse geschiedenis schreven. Het Klein Seminarie was oorspronkelijk een klooster, met hierbij een schoolinstelling, en dateert van 1805.

Geschiedenis

Roeselare wordt reeds vermeld in 822 en was van de 10e eeuw af een belangrijke nijverheids- en handelsplaats, die in 1250 stadsrechten en privileges kreeg.

Rond 1260 werd op de markt een belfort en halle gebouwd. Omdat er geen verdedigingswerken rond de stad waren opgetrokken, was de stad een gemakkelijk doelwit voor plunderaars. Om de veiligheid te garanderen richtte men in Roeselare al snel enkele schuttersgilden op. Jammer genoeg bleken deze tot weinig in staat, want in 1488 en 1492 werd de stad verwoest door het leger van Maximiliaan van Oostenrijk. Zo goed als alle vroegmiddeleeuwse bouwwerken waren met de grond gelijk gemaakt. De stad werd rond 1500 opnieuw opgebouwd (weliswaar in een andere bouwstijl).

Enige tijd was er vrede in Roeselare, maar dit was slechts stilte voor de storm. Op 26 augustus 1566 trok de beeldenstorm door de stad. Verschillenden beelden uit de Sint-Michielskerk en uit de halle sneuvelden. Na het uitbreken van de Tachtigjarige Oorlog verdween de ooit bloeiende lakenindustrie volledig uit Roeselare en kwam er een periode van economisch verval. Deze donkere periode kende echter een lichtpuntje. In Venetië componeerde Roeselarenaar Adriaen Willaert als eerste meerstemmige muziek.

In 1609 werd er een Twaalfjarig Bestand afgeroepen. Roeselare herrees opnieuw, maar opnieuw niet voor lang, want vanaf 1640 begon de oorlog opnieuw. Door de vrede van Nijmegen in 1678 werd Roeselare een deel van Frankrijk en zo ook een grensstad, met alle gevolgen van dien. Roeselare werd een beruchte smokkelroute. De stadskas was leeg en er was dus geen geld om het belfort en de halle te herstellen. Dit had tot gevolg dat op 30 oktober 1704 het belfort instortte. In zijn val vernielde de toren het grootste deel van de halle zelf. Met het puin werd een nieuwe, kleinere opgetrokken, die jammer genoeg afbrandde in 1749 (de kelders van het vroegere belfort bevinden zich nog steeds onder het marktplein.

Ondanks de vele verwoestingen en rampen die Roeselare doorheen haar geschiedenis gekend heeft, bleef de Sint-Michielskerk in redelijk goede staat. Toch is de toren op 19 januari 1735 ingestort door een hevige storm. Deze werd wel opnieuw gebouwd (de drie grote rampen verklaren grotendeels, dat er 3 bouwstijlen aan de kerk zijn). Rond 1770 werd het rococostadhuis gebouwd.

Na de slag bij Waterloo zou de stad bij Nederland gevoegd worden, tot de onafhankelijkheid van België. Maar de onafhankelijkheid bracht ook armoede mee. Gelukkig verbeterde de situatie aanzienlijk na de aanleg van de spoorweg en na de uitvinding van de stoommachine. Van 1862 tot 1872 werd het kanaal naar de Leie gegraven, ook dit zorgde voor een heropleving van de economie. Nadat het kanaal gegraven was werden aanlegsteigers gebouwd en groeide de industrie in Roeselare, wat tot een bevolkingstoename leidde.

Op 28 juli 1875 vond de "Groote Stooringe" plaats, een studentenopstand tegen het gebruik van Frans in het onderwijs, geleid door Albrecht Rodenbach (de Groote Stooringe is sinds enkele jaren een cultureel feest in Roeselare). Rodenbach stichtte tal van studentenverengingen en was tevens schrijver.

In 1911 werden twee voetbalploegen in het leven geroepen: de Sportvereniging Roeselare (S.K.) en de Football Club Roeselare (F.C.). Tijdens de Eerste Wereldoorlog had de stad veel te lijden van het geallieerde artillerievuur.

De stad werd heropgebouwd, maar was pas volledig klaar toen de Tweede Wereldoorlog begon. De stad heeft niet veel geleden onder de Tweede Wereldoorlog en werd door de Polen bevrijd. Rond de jaren 60 werd de REO groenten- en fruitveiling in gebruik genomen (deze is vandaag nog de grootste groenten- en fruitveiling van Vlaanderen). De huidige gemeente Roeselare ontstond in 1977 door samenvoeging van Roeselare, Beveren, Oekene en Rumbeke.

Roeselare kende de laatste jaren ook nog enkele ingrijpende veranderingen: sportgelegenheden in Beveren, Rumbeke en Roeselare (Schiervelde Stadion), uitbreiding van de bibiotheken, de verhuizing van het Stedelijk Academie voor Muziek en Woord “Adriaen Willaert”, het ontstaan in het toeristisch centrum in de oude Posterij van het jeugdcentrum Diezie, bouw van het cultureel centrum De Spil en de volledige vernieuwing van het Stedelijk Zwembad ‘Spillebad'.

Naamsverklaring Roeselare

De naam Roeselare heeft in de loop der tijden talrijke spellingvarianten gekend en het is vooral het eerste deel van de naam dat hierbij wijzigt. Tot op het einde der 11e eeuw vinden wij haast altijd “Ros”. Daarna wordt de o gaandeweg en definitief vervangen door de oe-klank. Aanvankelijk en korte tijd nog “u” geschreven maar daarna “oe” tot omstreeks het einde der 15e eeuw. Onder invloed van het Frans (Roulers) wordt de oe-klank vanaf dan “ou” geschreven. Pas sinds 1937, toen de moderne plaatsnamenspelling werd aangenomen greep men terug naar de “oe” en werd Roeselare de officiële naam. In tegenstelling tot wat veelal gedacht wordt is de schrijfwijze Roeselare (teruggevonden in documenten van de periode 1302-1520) dus veel ouder dan bijvoorbeeld Roussellaere (16e eeuw en later) De betekenis van de naam is in de loop der eeuwen fel omstreden. De nieuwste linguïstische bevindingen geven echter volgende uitleg. Roes betekent “riet” en brengt ons terug tot de Gotische wortel raus. (=riet). Blijkens de oudste vormen die van laar bekend zijn kan het woord niet anders dan teruggaan op het Germaanse hlaeris, waarmee een open plaats in het bos wordt aangeduid. Deze taalkundige bevindingen worden helemaal bevestigd door de ligging van Roeselare. In de vroegste tijden lag Roeselare helemaal in het Vlaamse Woud – tientallen bostoponiemen herinneren ons nog daaraan. Een daarin liggend laar, dus een open plaats, was de beginkern van het huidige Roeselare. Gelet op het feit dat een tiental waterlopen in het Roeselaarse “laar” samenvloeien kan het laar niet anders dan vochtig en moerassig geweest zijn. Vandaar het element Roes, wat dus riet betekent, een plant die op vochtige plaatsen gedijt. Samengevat kunnen we Roeselare definiëren als Roes + laar, dus een vochtige en met riet begroeide open plaats in een bos.

bron : wikipedia